Aflossingsvrije hypotheek bij overlijden: dit moet je weten
Een aflossingsvrije hypotheek voelt comfortabel: je betaalt alleen rente en houdt maandelijks geld over. Maar omdat je niets aflost, staat de volledige schuld er ook nog als je of je partner overlijdt. Die schuld verdwijnt niet vanzelf. Wat er dan gebeurt, hangt af van een paar keuzes die je nu al kunt maken.
In dit artikel lees je precies wat er met een aflossingsvrije hypotheek gebeurt bij overlijden: wie de schuld overneemt, wat een overlijdensrisicoverzekering wel en niet oplost, hoe het zit met erfbelasting en renteaftrek, en wat je doet als er geen verzekering is. Met een rekenvoorbeeld en een stappenplan voor nabestaanden.
Inhoudsopgave
- Wat gebeurt er met een aflossingsvrije hypotheek als iemand overlijdt?
- Je partner overlijdt: blijven wonen of verkopen?
- De overlijdensrisicoverzekering: je belangrijkste vangnet
- En als er geen overlijdensrisicoverzekering is?
- Rekenvoorbeeld: hoeveel schuld blijft er over?
- Erfbelasting en aanvaarden: zo zit het met de erfenis
- Houd je de hypotheekrenteaftrek als langstlevende?
- Restschuld na verkoop: wat doet de NHG?
- Stappenplan: dit regel je als nabestaande
- Veelgestelde vragen
Wat gebeurt er met een aflossingsvrije hypotheek als iemand overlijdt?
Bij een aflossingsvrije hypotheek los je tijdens de looptijd niets af. Je betaalt alleen rente en aan het einde van de rit staat de hele lening nog open. Overlijdt de eigenaar, dan verdwijnt die schuld niet. Hij valt in de nalatenschap en gaat over op de erfgenamen of op de partner die mede-eigenaar is.
Of dat een probleem wordt, hangt vooral af van drie dingen. Is er een overlijdensrisicoverzekering die de schuld (deels) aflost? Hoe hoog is de hypotheek vergeleken met de waarde van de woning? En kan de achterblijver de maandlasten in zijn eentje blijven betalen? Zolang een van die drie goed zit, is er meestal een werkbare oplossing. Zitten ze alle drie tegen, dan is verkopen soms onvermijdelijk.
Je partner overlijdt: blijven wonen of verkopen?
De meeste stellen staan samen op de hypotheek. Je bent dan allebei hoofdelijk aansprakelijk. Dat betekent iets belangrijks: overlijdt je partner, dan blijf jij verantwoordelijk voor de hele hypotheek, niet voor de helft. De bank kan de volledige maandlast bij jou neerleggen.
Je hebt grofweg twee routes. Je kunt in het huis blijven wonen, maar dan moet je de lasten voortaan alleen dragen. Zeker als je inkomen daalt, bijvoorbeeld omdat je AOW of pensioen lager is dan het inkomen van jullie samen, kijkt de geldverstrekker of dat verantwoord is. Lees hoe dat werkt in ons artikel over een aflossingsvrije hypotheek na pensioen. De andere route is verkopen: je lost de hypotheek af uit de opbrengst. Is de woning meer waard dan de schuld, dan houd je overwaarde over. Is de woning minder waard, dan blijft er een restschuld staan. Wil je juist blijven wonen maar loopt de looptijd af, kijk dan naar de mogelijkheden om je aflossingsvrije hypotheek te verlengen.
De overlijdensrisicoverzekering: je belangrijkste vangnet
Een overlijdensrisicoverzekering (ORV) keert een afgesproken bedrag uit als de verzekerde overlijdt. Met dat bedrag los je de hypotheek geheel of gedeeltelijk af, zodat de achterblijver niet met een onbetaalbare last blijft zitten. Voor een aflossingsvrije hypotheek is dat extra waardevol, want de schuld daalt tijdens de looptijd niet.
Let op het type dekking. Bij een annuiteitenhypotheek daalt je schuld elk jaar, dus past een dalende ORV. Bij een aflossingsvrije hypotheek blijft de schuld gelijk, waardoor een gelijkblijvende dekking vaak beter aansluit. Een dalende verzekering is goedkoper, maar dekt na verloop van tijd niet meer de volledige aflossingsvrije schuld.
Sinds 2018 is een ORV niet meer verplicht voor hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie, ook niet voor bestaande hypotheken. Een geldverstrekker mag er zelf nog wel om vragen, meestal als je veel leent ten opzichte van de woningwaarde. Belangrijk fiscaal detail: een uitkering kan met erfbelasting worden belast, tenzij je de verzekering kruislings afsluit. Bij zo'n kruislingse constructie verzeker jij het leven van je partner en betaal je zelf de premie. De uitkering valt dan buiten de nalatenschap en blijft onbelast. Twijfel je of jouw polis goed is opgezet? Bekijk onze pagina over verzekeringen of laat het meenemen in een adviesgesprek.
En als er geen overlijdensrisicoverzekering is?
Zonder ORV blijft de volledige hypotheekschuld staan. De langstlevende moet de maandlasten dan uit het eigen inkomen betalen. Kan dat, dan is er niets aan de hand en kun je gewoon blijven wonen. Kan dat niet, dan zijn er meestal nog opties voordat verkopen in beeld komt.
Denk aan de hypotheek oversluiten of aanpassen naar lagere maandlasten, een deel aflossen met spaargeld of met overwaarde uit de woning, of de vorm en looptijd van de lening wijzigen. Welke oplossing past, verschilt per situatie en per geldverstrekker. Juist als er geen verzekering is, loont het om snel een onafhankelijk adviseur in te schakelen, zodat je niet onder tijdsdruk je huis hoeft te verkopen.
Rekenvoorbeeld: hoeveel schuld blijft er over?
Stel, jullie woning is 400.000 euro waard en er staat een aflossingsvrije hypotheek van 200.000 euro op. Wat er na een overlijden overblijft, verschilt sterk per situatie:
- Met een gelijkblijvende ORV van 200.000 euro is de schuld volledig afgelost. De langstlevende woont nagenoeg hypotheekvrij verder.
- Met een ORV die nog maar 150.000 euro dekt, blijft er 50.000 euro schuld over. De maandlast valt fors lager uit en is voor de meeste mensen goed te dragen.
- Zonder ORV blijft de volledige 200.000 euro staan. Bij blijven wonen betaal je die last alleen verder. Bij verkoop voor 400.000 euro houd je na aflossing 200.000 euro overwaarde over, dus geen restschuld.
Het rekenvoorbeeld laat zien waar het echt spannend wordt: niet zozeer bij een woning met overwaarde, maar bij een hoge aflossingsvrije schuld op een woning die in waarde is gedaald. Dan kan een verkoop een restschuld opleveren.
Erfbelasting en aanvaarden: zo zit het met de erfenis
Een hypotheekschuld hoort bij de nalatenschap en verlaagt juist het bedrag waarover erfbelasting wordt berekend. Je erft namelijk de bezittingen min de schulden. Over de schuld zelf betaal je dus geen erfbelasting.
Voor de partner geldt in 2026 een hoge vrijstelling van 828.035 euro. Voor kinderen is de vrijstelling 26.230 euro. Boven de vrijstelling betalen partner en kinderen 10 procent erfbelasting tot ongeveer 158.669 euro en 20 procent over het meerdere. Houd er rekening mee dat pensioenaanspraken van de partner de partnervrijstelling kunnen verlagen.
Vermoed je dat de schulden hoger zijn dan de bezittingen, bijvoorbeeld door een onderwaarde en geen verzekering? Aanvaard de erfenis dan beneficiair. Je bent dan niet met je eigen spaargeld aansprakelijk voor een eventuele restschuld: je aansprakelijkheid blijft beperkt tot wat de nalatenschap zelf waard is. Je kunt ook zuiver aanvaarden, maar dan ben je wel privé aansprakelijk voor schulden, of de erfenis helemaal verwerpen. Laat je bij die keuze goed voorlichten, want ze is lastig terug te draaien.
Houd je de hypotheekrenteaftrek als langstlevende?
In veel gevallen kan de langstlevende partner de bestaande renteaftrek van de overledene voortzetten. De hypotheekrenteaftrek geldt maximaal 30 jaar. Voor hypotheken die zijn afgesloten voor 1 januari 2013 geldt overgangsrecht: een aflossingsvrije hypotheek mag dan met renteaftrek blijven bestaan, zonder verplichting om af te lossen.
Voor de oudste hypotheken loopt die termijn van 30 jaar de komende jaren wel af, vanaf 2031. Dat kan je netto maandlast flink veranderen, omdat je de rente dan niet meer mag aftrekken. Wil je weten wanneer jouw aftrek precies stopt en wat dat betekent, lees dan ons artikel over de aflossingsvrije hypotheek en de hypotheekrenteaftrek.
Restschuld na verkoop: wat doet de NHG?
Is de woning gefinancierd met Nationale Hypotheek Garantie en moet die na een overlijden gedwongen worden verkocht met verlies, dan kan de NHG de restschuld kwijtschelden. Het overlijden van een partner geldt als een van de erkende oorzaken, net als het overlijden van de eigenaar zelf wanneer er geen andere schuldenaar meer in leven is.
Aan de kwijtschelding zitten wel voorwaarden. Je moet steeds maximaal hebben betaald op de hypotheek, de woning goed hebben onderhouden en via een makelaar voor een zo hoog mogelijk bedrag hebben verkocht. Ook moet blijken dat je onvoldoende inkomen of vermogen had om het verlies zelf op te vangen. Zonder NHG bestaat deze regeling niet en blijft een restschuld gewoon staan.
Stappenplan: dit regel je als nabestaande
Overlijdt je partner en zit er een aflossingsvrije hypotheek op de woning? Deze stappen helpen je om overzicht te houden:
- Informeer de geldverstrekker en vraag rustig de tijd voor de administratie. De hypotheek hoeft niet meteen in een keer te worden afgelost.
- Controleer of er een overlijdensrisicoverzekering is en dien de uitkering in.
- Zoek uit of, en welk deel van, de hypotheek aflossingsvrij is. Vaak is maar een deel van de lening aflossingsvrij.
- Bekijk of je de maandlasten alleen kunt dragen, inclusief een eventueel nabestaandenpensioen of een Anw-uitkering.
- Maak een bewuste keuze over het aanvaarden van de erfenis: zuiver, beneficiair of verwerpen.
- Schakel een onafhankelijk adviseur in om je opties op een rij te zetten: blijven wonen, de hypotheek aanpassen of verkopen.
Veelgestelde vragen
Moet ik de hypotheek in een keer aflossen als mijn partner overlijdt?
Nee. De hypotheek loopt door en hoeft niet direct te worden afgelost. Is er een overlijdensrisicoverzekering, dan wordt de schuld daarmee geheel of gedeeltelijk afgelost. Is die er niet, dan bekijk je samen met de geldverstrekker of een adviseur hoe je de lasten draagbaar houdt.
Vervalt een aflossingsvrije hypotheek bij overlijden?
Nee, de schuld vervalt niet. Bij een aflossingsvrije hypotheek is tijdens de looptijd niets afgelost, dus de volledige lening staat nog open en gaat over op de partner of de erfgenamen.
Is een overlijdensrisicoverzekering verplicht bij een aflossingsvrije hypotheek?
Wettelijk niet, en sinds 2018 ook niet meer voor hypotheken met NHG. Een geldverstrekker kan er zelf nog wel om vragen, meestal als je veel leent ten opzichte van de woningwaarde. Ook zonder verplichting is een ORV bij een aflossingsvrije hypotheek vaak verstandig.
Moet ik erfbelasting betalen over de hypotheekschuld?
Nee. Een schuld verlaagt juist de waarde van de nalatenschap. Je betaalt erfbelasting over de bezittingen min de schulden, en pas als je boven de vrijstelling uitkomt. Voor de partner is die vrijstelling in 2026 828.035 euro.
Wat als de hypotheek hoger is dan de woningwaarde?
Dan kan bij verkoop een restschuld ontstaan. Aanvaard je de erfenis beneficiair, dan ben je niet met je privévermogen aansprakelijk. Is de woning met NHG gefinancierd, dan kan de restschuld onder voorwaarden worden kwijtgescholden.
Kan ik na het overlijden van mijn partner in het huis blijven wonen?
Ja, mits je de maandlasten alleen kunt dragen. De geldverstrekker kijkt daarbij naar je inkomen na het overlijden. Een adviseur kan helpen om de hypotheek zo nodig aan te passen, zodat blijven wonen haalbaar wordt.
Persoonlijk advies van Laudus
Wil je voorkomen dat je nabestaanden met een onbetaalbare aflossingsvrije hypotheek achterblijven, of ben je zelf nabestaande en weet je niet welke stap je moet zetten? Wij zetten je situatie helder op een rij en rekenen de opties voor je door. Bekijk onze mogelijkheden voor hypotheekadvies en verzekeringen, of plan direct een vrijblijvend adviesgesprek.
Bronnen
- Vrijstellingen en tarieven erfbelasting 2026, partner 828.035 euro en kinderen 26.230 euro. Bron: Belastingdienst(actueel 2026).
- Overlijdensrisicoverzekering sinds 2018 niet meer verplicht bij NHG-hypotheken. Bron: Nationale Hypotheek Garantie en Rijksoverheid (actueel).
- Kwijtschelding van een restschuld na gedwongen verkoop, met overlijden als erkende oorzaak. Bron: Nationale Hypotheek Garantie (actueel).
- Overgangsrecht hypotheekrenteaftrek, maximaal 30 jaar en voor hypotheken van voor 2013. Bron: Belastingdienst (actueel).
- Beneficiair aanvaarden van een nalatenschap. Bron: Rijksoverheid en Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (actueel).


